Zes was ze, toen ze voor het eerst een viool in haar handen kreeg. Negen toen ze concertmeester werd van het Symfonia Junior orkest. Nu speelt ze de sterren van de hemel in o.a. het CineMusic-orkest. We stellen je graag voor aan Niki de Vlaming.
Wat is jouw rol bij CineMusic?
“Ik ben tweede vioolaanvoerder. Dat houdt in dat ik de tweede vioolgroep aanstuur. Dat betekent dat je inzetten aangeeft en zorgt dat je echt samen bent en een mooie samenklank maakt. En ik heb contact met de andere aanvoerders en zeker ook met de concertmeester Hester van der Vlugt. Wij zorgen ervoor dat de muziek in goede banen wordt geleid. We spreken ook wel eens streken af en kijken of dat samengaat.”
Dat klinkt ingewikkeld: spelen én aansturen tegelijk. Hoe is dat voor jou?
“Het is wel een extra taak. Het is ook niet voor iedereen. Maar ik vind het heel erg leuk om te doen. Je moet overzicht hebben en terwijl je je eigen partij speelt, ben je bezig met hoe de rest speelt en hoe het overkomt. Mocht er een keer iets fout gaan in het orkest, bijvoorbeeld dat het tempo gaat vertragen of versnellen, dan ben ik degene die bijvoorbeeld op de rem gaat staan. Het is een grote verantwoordelijkheid, maar ik vind het heel erg leuk om te doen.”
Hoe ben je bij CineMusic betrokken geraakt?
“Hester ken ik van een klein filmproject. We hebben samen in de film Alles is Familie gespeeld. Dat is het vervolg op Alles is Liefde. Daarna hebben we elkaar jaren niet gezien. Maar toen Hester op zoek was naar een tweede vioolaanvoerder voor CineMusic moest ze aan mij denken, omdat ze wist dat ik ook veel andere stijlen deed. Ik heb tijdens mijn conservatoriumtijd bijvoorbeeld in een hiphopband gespeeld en ook popbands. Dus ze wist dat ik ook affiniteit heb met andere muziek dan klassieke muziek.”
Hoe oud was je toen je voor het eerst een instrument in handen had?
“Toen ik zes was, ben ik begonnen met vioolspelen. Ik weet nog dat ik vlak daarvoor met mijn vader naar een concert ging. Daar speelde de solist het vioolconcert van Bruch en toen was het: wauw, nu wil ik op vioolles.”
Kom je uit een muzikaal nest?
“Ja. Mijn moeder is pianist. Mijn vader speelde vroeger piano en een beetje viool en is componist. Voor mijn master eindexamen heeft hij een stuk geschreven voor mij. Dat is echt bijzonder. En mijn oma was ook concertpianist.”
Hoe was het om zo jong met viool te beginnen? Het is best een lastig instrument.
“Dat is het ook. Ik had wel talent. En ik had een hele leuke viooldocent, Anke Lefferts. Maar ik had meer hobby’s. Ik zat ook op dansles, paardrijden, zwemmen, en tafeltennis op hoog niveau. Ik was zo’n vlindertje dat alles heel erg leuk vond. Mijn viooldocent kon daar heel goed mee omgaan. Ze gaf me vrijheid en zorgde ervoor dat de les echt leuk was. Ze had echt engelengeduld. Mijn vader ging elke dag een half uur met mij zitten om samen te oefenen en mijn moeder deed dat met mijn broer die op gitaarles zat.”
Wanneer merkte je zelf dat je er goed in was?
“Op een gegeven moment zei mijn docent dat het leuk was als ik in haar jeugdorkest ging spelen, Symfonia Junior. Ik was toen negen jaar. Dat heb ik gedaan en dat vond ik hartstikke leuk, want dan speel je met leeftijdsgenoten. Daar werd ik vrij snel concertmeester. Dan merk je als kind: oh wacht, dus ik kan wel iets. Daarna ben ik doorgegaan naar het grote orkest: Symfonia Jong Twente en ook daar werd ik uiteindelijk concertmeester.”
Wist je toen al: ik wil hier mijn vak van maken?
“Nee, op mijn zestiende was het of tafeltennis of vioolspelen. Ik was echt goed in tafeltennis. Op een gegeven moment zat ik in de top acht van Nederland. Uiteindelijk heb ik gekozen voor muziek, omdat ik dat echt heel bijzonder vond en dat wilde ik blijven doen. Maar ik wist nog niet in welke vorm. Ik dacht misschien muziektheater, omdat ik het leuk vond om in musicals mee te doen en theater op school.”
Hoe is het dan toch het Conservatorium van Amsterdam geworden?
“Mijn vader kende iemand: Thijs Kramer. Die gaf toen les in Rotterdam. Dat is een bijzondere docent: die doorzag mij meteen en wist wat ik nodig had. En hij noemde ook meteen de naam Lex Korff de Gidts, een docent aan het conservatorium in Amsterdam. Dat was de match, zei hij. Toen mocht ik bij Lex komen spelen en er was meteen een geweldige klik. Later in de master heb ik zelf gekozen voor een docent. Dat had ik niet moeten doen. Ik verhuisde naar Lyon en daar heb ik ervaren dat een goede klik met een docent niet vanzelfsprekend is. Als die er niet is, kan het echt een vervelende ervaring worden. Ik heb daar over het algemeen geleerd hoe ik niet wilde spelen. Eigenlijk het zwartste jaar uit mijn studietijd. Maar daarna weten wat ik niet wilde en dus ook wat ik wel nodig had was ook waardevol. Gelukkig heb ik mijn studie af kunnen maken bij Maria Milstein en dat was echt geweldig voor mij.”
Wat maakt jouw vak zo leuk?
“De veelzijdigheid. Ik vind het heel erg leuk om klassieke muziek te spelen, maar ook filmmuziek. Ik vind het leuk om met een band te spelen. Lesgeven doe ik ook heel graag. Het is een combinatie van op verschillende plekken zijn, overal komen. Soms gaat het niet eens om het vioolspel zelf: ik speel b.v. een makkelijke partij of ga improviseren met een DJ en dan gaat het vaak om de ervaring eromheen. En dat vind ik heel erg leuk. Maar ik zeg er wel bij dat ik niet anders kan dan me volledig inzetten, ook al is het een klein moment en speel ik een korte melodie. Ik krijg dat vaak teruggekoppeld dat ik zo van de muziek geniet, meebeweeg. Ik kan niet anders dan mijn gevoel erin stoppen en er alles uithalen dat er op dat moment in zit.”
Wat maakt CineMusic voor jou speciaal?
“Ik vind de muziek heel gaaf. Filmmuziek is gewoon heel mooi en het is lekker spelen. Mijn partij is ook altijd prachtig qua timbre. Hoog op de G-snaar spelen vind ik heerlijk. Ik speel vaak eerste viool bij andere projecten, maar de tweede vioolpartij is ook interessant. Je kan zo lekker kleuren en je hebt veel samen met de altviolen en celli. Plus: het aanvoeren vind ik ook een hele eervolle taak. En de groep is gewoon ontzettend leuk. Ik ben daar heel erg op mijn plek.”
Wat is je favoriete stuk uit de show op dit moment?
“We spelen fantastische stukken. The Hunger Games is een van mijn favorieten. Het is een uitdagend stuk en ik vind het heerlijk om met elkaar die spannende sfeer te creëren. Verder heb ik ook nog een hele mooie solo met Hester samen als we legends of the fall spelen.”


