Slagwerker Bente Olie is al jarenlang een vaste kracht binnen CineMusic. Ze speelt een breed palet aan percussie-instrumenten en maakt tijdens de concertshows indruk met ‘haar’ Bolero
Wat is jouw rol binnen CineMusic?
“Ik speel slagwerk, van klokkenspel tot snaredrum en alles wat daar tussenin zit. Dus alles behalve het drumstel of de pauken.”
Hoe kwam je bij CineMusic terecht?
“Ik ben gebeld door Ruud Luttikhuizen (mede-initiatiefnemer, red.). Via een gezamenlijke leerling was hij bij mijn naam uitgekomen. Ik stapte in tijdens de periode dat CineMusic nog in zes kerken speelde. Ik dacht: ik doe mee voor een paar concerten, en daarna zien we wel. Dat dit project zich zou ontwikkelen tot wat het nu is, had niemand gedacht.”
Wanneer begon jouw liefde voor slagwerk?
“Ik was vijf jaar toen ik de drumband in ons dorp zag lopen tijdens een optocht. Ik zei: ‘Dat wil ik ook.’ Bij de drumband vonden ze me eigenlijk te jong, maar ik bleef terugkomen. Uiteindelijk mocht ik starten in een beginnersgroepje, waar we letterlijk op houten plankjes zaten te tikken.”
Wist je toen meteen: dit is het?
“Ik had werkelijk geen idee. Ik deed gewoon mee. Later liep ik zelfs met een speciaal klein trommeltje de optochten mee. Het was allemaal heel onbevangen.”
Kwam je uit een muzikaal gezin?
“Nee, totaal niet. Niemand in mijn familie deed iets met muziek. Het was puur toeval dat ik juist bij slagwerk terechtkwam.”
Hoe gingen je ouders om met het lawaai?
“Heel ruimdenkend. Lange tijd had ik thuis niet veel instrumenten. Pas later kwamen er een marimba en barokpauken op mijn slaapkamer. In ons rijtjeshuis bleek het geluid van het ene uiteinde van de straat tot het andere hoorbaar. Maar er zijn nooit klachten geweest.”
Vond je het moeilijk om slagwerk te leren?
“Nee, eigenlijk niet. Ik studeerde relatief weinig in vergelijking met anderen. Veel voorbereiden deed ik mentaal: handzettingen uitzoeken, de structuur begrijpen. Ik speelde daarnaast in jeugdorkesten, dus ik deed veel praktijkervaring op.”
Hoe was de studie aan het conservatorium?
“Intensief. Slagwerk betekende meerdere hoofdvakdocenten: marimba bij de één, orkestslagwerk bij een ander, pauken bij weer een ander. Ik zat vaak tot elf uur ’s avonds op school. Het spelen vond ik fantastisch, maar de sfeer was niet altijd even inspirerend. Pas na de fusie met het conservatorium uit Hilversum werd het socialer.”
Wat deed je na je studie?
“Ik begon aan Orthopedagogische Muziek Beoefening in Maastricht, omdat ik lesgeven geweldig vind. Dat was uiteindelijk niet te combineren met de afstand en mijn rooster. En toen, totaal onverwacht, belde Slagerij van Kampen op een zaterdag en ging het ineens heel snel. Op zaterdag werd ik gebeld, maandag deed ik auditie, maandagavond schreef ik partijen uit, dinsdag begon ik en twee weken later stond ik op het podium. Ik heb daar vier jaar gespeeld en tachtig tot honderd shows per jaar gedaan.”
Waarom stopte je daar?
“Omdat ik voelde dat ik weer breed wilde kunnen werken. En de combinatie met een toekomstig gezin zag ik met de hoeveelheid optredens van Slagerij van kampen niet zitten. Daarna ben ik weer allerlei projecten gaan doen: wereldmuziek, gamelan, samba, nieuwe muziek, invallen bij orkesten… En ik heb altijd, al sinds het tweede jaar van mijn studie, veel lesgegeven.”
Wat maakt CineMusic bijzonder voor jou?
“De sfeer. Het is een warm, gezellig orkest, en dat kom je niet overal tegen. Er is veel aandacht voor een prettige werkomgeving. Het concept zelf vind ik ook geweldig; uniek en gedurfd. Ik heb het project vanaf het begin zien groeien.”
Heb je een favoriet stuk uit de show?
“Dat wisselt voortdurend, maar Kuifje verraste me enorm. Ik kende de film niet en zie tijdens het spelen ook niets van de beelden achter me. Maar de muziek heeft zo’n speels, ondeugend karakter. Heel verrassend.”
Je speelt in de show ook de bolero: minutenlang hetzelfde ritme. Vind je dat spannend?
“Ik word er niet zenuwachtig van, maar je moet wel volledig gefocust zijn. Het voelt als een achtbaan waar je niet uit kunt stappen. Het is hypnotiserend en dwingend. Ik ben erg tegen stress in muziek; het moet geen competitie worden. Daarom bereid ik me vooral mentaal voor. Ik zorg ervoor dat de spanningsboog klopt.”
Het publiek noemt jouw bolero regelmatig een hoogtepunt. Hoe is dat om te horen?
“Dan is het gelukt om het hypnotiserende aspect over te brengen. Je kunt tijdens dat stuk letterlijk geen kant op, dus alles moet uit de muziek zelf komen.”
Wat zou je met CineMusic nog willen bereiken?
“Dat iedereen weet dat het bestaat. Het is zo’n bijzonder project. Hoe meer mensen het ontdekken, hoe meer mooie avonden en verrassingen het oplevert.”
En voor jezelf als muzikant?
“Ik heb geen grote vooraf uitgestippelde doelen. De mooiste dingen zijn altijd verrassingen geweest. Projecten waarvan ik het bestaan niet kende, maar die ineens op mijn pad kwamen. Dat mag wat mij betreft zo blijven.”


